Historie

De Protestantse Gemeente te Drimmelen

In de fraaie dorpskerk aan de Herengracht te Drimmelen vindt de Protestantse Gemeente Drimmelen haar onderkomen.

Deze Samen-op-Weg gemeente is ontstaan per 1 januari 1998. De Nederlandse Hervormde Gemeente Drimmelen ging samen met de wijk Drimmelen van de Gereformeerde Kerk Raamsdonk ca.

In de jaren 60 van de 20ste eeuw fungeerde dit kerkgebouw ook als bedehuis voor de Rooms Katholieke inwoners van Drimmelen en de Biesbosch. Het gereedkomen van een dorpshuis in 1969 maakte hier een einde aan. De goede samenwerking is in stand gebleven, zodat de kerk nog steeds, zij het minder frequent, wordt gebruikt voor een Communieviering, een doop, een huwelijk of een rouw­plechtigheid van Rooms Katholieke dorpsgenoten.

Het kerkgebouw wordt ook gebruikt voor huwelijkssluitingen van elders, voor familiebijeenkomsten, voor bedrijfssamenkomsten en voor concerten.

En sinds 1 april 2000 is dit kerkgebouw ook aangewezen als trouwlocatie voor burgerlijke huwelijken in de gemeente Drimmelen.

De Protestantse Gemeente Drimmelen is op dit moment, een kleine maar hechte gemeen­schap bestaande uit ongeveer 100 zielen. Sinds 1 januari 2011, waarin de samenwerking met de zustergemeente in Made intenser is geworden, is er in de regel om de veertien dagen een kerkdienst om 10.00 uur. Gasten uit de Katholieke parochie en zomergasten die met hun boot in de jachthaven liggen, komen ook regelmatig naar “de dorpskerk” ook als er Avondmaal wordt ge­vierd.

Ook zijn er contacten met twee andere kerkelijke gemeenten binnen de burgerlijke gemeente Drimmelen; namelijk Lage Zwaluwe en Terheijden & Wagenberg. Momenteel is er druk overleg gaande om te komen tot één Protestantse streekgemeente Drimmelen.

In de Advent en in de Veertigdagen tijd worden er op een aantal woensdag avonden vespers gehouden.

Sinds 12 juli 2009 heeft de gemeente geen eigen voorganger meer. Wel heeft de Protestantse Gemeente van Lage Zwaluwe haar predikant gedetacheerd voor bepaalde werkzaamheden in onze gemeente.

Een andere predikant is belast met het godsdienstonderwijs op de openbare basisschool in Drimmelen.

In onze kerk wordt in ieder geval 2 maal per jaar een Viering van het Heilig Avondmaal gehouden. Men gaat daarbij in een kring aan tafel. Gasten worden ook uitgenodigd om mee te vieren.

Ongeveer één maal per maand wordt er na de dienst koffie en thee gedron­ken in het kerkgebouw. Een activiteitencommissie creëert dan voor in de kerk enkele zitjes. Gasten zijn vanzelfsprekend welkom om

samen met de gemeenteleden hieraan deel te nemen.

Enige malen per jaar geeft een koor muzikale medewerking aan de kerkdienst.

Kerkzegel.

Ter gelegenheid van de 200-jarige herdenking van de eerste steen legging werd in 1992 een kerkzegel aan de kerk aangeboden door één van de kerkvoogden.

De drie schuinkruisjes komen van het wapen van Drimmelen en Standhazen.

De vis herinnert aan de visserij van weleer.

De tekst in de rand komt van oude kerkbladen van voor de oorlog.

  
De geschiedenis van de Nederlandse Hervormde (thans Protestantse) kerk van Drimmelen.

Al enkele jaren na de brand van het dorp Oud-Drimmelen in 1730 werden er plannen gemaakt om in het vanaf 1645 geleidelijk ontstane (Nieuw) Drimmelen een nieuwe kerk te bouwen ter ver­vanging van de oude, oorspronkelijk Rooms Katholieke, kerk van Oud Drimmelen.

In 1752 maakte Daniel van Stolk ten behoeve van de Domeinraad van de Prins van Oranje een plan voor de bouw van een kerk te Drimmelen. Deze kerk is echter nimmer gerealiseerd. Pas in 1785 begon men opnieuw met het maken van bestekken voor de bouw van een nieuwe kerk.

Een verzoek van Schout en Schepenen van Drimmelen op 22 juni 1786 aan de Staten van Holland en West-Friesland werd op 10 maart 1792 gunstig beantwoord door de Staten in de vorm van een zoge­naamd octrooi.

In dit octrooi werd behalve toestemming voor de bouw van een nieuwe kerk ook vergunning verleend om de oude kerk te Oud­ Drimmelen grotendeels af te breken en deze in te richten als be­graafplaats. Volgens het octrooi moest de nieuwe kerk op zijn aller eenvoudigst gebouwd worden en niet ruimer zijn dan 53 voet lang en 33 voet breed. De kosten van bouw werden geraamd op 8000 gulden waarvan slechts 500 gulden beschikbaar was, onder meer door afbraak van de oude kerk. Voor de resterende 7500 gulden was een lening met een looptijd van 15 jaar noodzakelijk.

Om jaarlijks rente te kunnen betalen en te kunnen aflossen was een flink bedrag nodig. Ten einde aan dit bedrag te kunnen komen kwam er: een subsidie van f 330,00 per jaar van de Prins van Oranje;

een omslag over de landerijen met Protestantse eigenaars jaarlijks van f 77,50; een jaarlijkse gift van de leden van het dorpsbestuur van f 75,00; een heffing van zitplaatsengeld; een vrijwillige contribu­tie door de inwoners van f 125,00 per jaar en bovendien een heffing op het begraven, het gebruik van de baar en het baarkleed en het luiden van de klok.    .

De omwenteling van 1795 maakte dat er van al die afspraken in het octrooi niet veel terechtkwam.

Op 15 september 1792 werd de bouw van de nieuwe kerk aan be­steed en op 31 oktober 1792 (Hervormingsdag) werd door de twaalfjarige Maria van Doorn, dochter van de Schout van Drimme­len, de eerste steen gelegd. Het was de bedoeling dat op 31 oktober 1793 de kerk ingewijd zou worden. De komst van Franse troepen die het dorp met de daarbij gelegen batterij bezetten, vertraagden de bouw aanzienlijk. Pas op 6 april 1794 werd de eerste dienst in de nieuwe kerk gehouden door ds. Karel Willem van Hardeveld.

In dat jaar was echter op 24 augustus de laatste dienst in het nieuwe gebouw. De Kerk stond een half jaar onder water: anderhalve meter hoog! Dit werd veroorzaakt door de inundatie van de Emiliapolder, als onderdeel van de Hollandse Waterlinie, in een poging de opruk­kende Franse troepen tegen te houden. Dit is niet gelukt, de Batterij van Drimmelen werd door de Fransen ingenomen. Pas vanaf 14 maart 1795 konden de herstellingswerkzaamheden een aanvang nemen. Zo moesten alle houten pilasters vervangen worden. Het ijzerwerk waarmee deze pilasters aan de muren bevestigd zijn, werd in 1798 gecamoufleerd met vergulde ornamenten.

Oorspronkelijk bevonden zich in het midden van de kerk voor de vrouwen een 70-tal stoelen met biezen zittingen, in rijen geplaatst. Aan weerszijden daarvan bevonden zich dwars tegen de muren de mannenbanken, ieder met 4 zitplaatsen. De “vrouwenstoelen” wer­den in 1889 vervangen door banken. Al deze banken zijn tijdens de restauratie van de kerk van 1964-1967 verwijderd en vervangen door de huidig aanwezige 120 stoelen.

De consistoriekamer bleek in 1856 te klein en het oppervlak werd in dat jaar verdubbeld. Aan de buitengevel is de scheiding tussen het oude en nieuwe gedeelte nog goed zichtbaar.

Omstreeks 1868 werd het houten toegangshek naar het kerkpad vervangen door het huidige ijzeren hek. Boven op de boog van de poort bevindt zich een ornament, een Avondmaalsbeker voorstel­lend.

Tijdens, de restauratie van de kerk 1964-1967 verdwenen ook de banken van de Kerkenraad en Kerkvoogdij. Enkele van de Bijbels die op deze banken lagen, bevinden zich nog in de kerk.

Het kerkhof te Oud-Drimmelen.

Stil en verlaten ligt even buiten Oud Drimmelen een kerkhof. Generaties lang zijn hier overledenen toevertrouwd aan de aarde.

Zo stil als het er nu is, is het niet altijd geweest. Waar nu het kerkhof is, stond vroeger een kerk. Waar nu grafstenen staan, zaten vroeger kerkgangers. Deze kerk, gesticht in het tweede kwart van de vijftien­de eeuw, kwam ter” vervanging van de kerk van het oorspronkelijk

dorp Drimmelen, dat was verlaten na de St. Elisabethsvloed van 18 november 1421. Landinwaarts kwam een, voor die tijd Nieuw­Drimmelen op de plaats die wij nu Oud-Drimmelen noemen. Er werd een nieuwe kerk gebouwd aan een watergang, die vervolgens Kerkvaart ging heten.

In het derde kwart van de zestiende eeuw werd deze kerk, tot dan toe ingericht voor de Katholieke diensten, omgevormd tot een Pro­testants kerkgebouw. Volgens overlevering ging vrijwel de gehele bevolking van Oud-Drimmelen over tot de “Nieuwe Leer”.

Vermoedelijk tijdens een restauratie in 1693 werd het voormalige koorgedeelte aan de oostzijde van de kerk afgebroken. De oude ingang aan de noordzijde van de kerk werd dichtgemetseld en in de nieuwe oostmuur kwam een nieuwe deur. Voor deze werkzaamhe­den waren de kerkmeesters van de kerk genoodzaakt een bedrag van 500 gulden te lenen.

Omstreeks 1775 begon de kerk kenmerken van bouwvalligheid te vertonen. Een keuze voor restauratie van de kerk of bouw van een nieuw gebedshuis was snel gemaakt door de bevolking van het hui­dige Drimmelen, dat vanaf 1645 geleidelijk was ontstaan. Er zou een nieuwe kerk in het nieuwe dorp dienen te komen. De bevolking van Oud-Drimmelen was na de brand van 1730 (waarbij de kerk ge­spaard bleef) erg uitgedund, Drimmelenaars woonden in het nieuwe dorp aan de dijk.

Op 12 april 1789 werd de laatste dienst in de kerk te Oud ­Drimmelen gehouden. Predikant was toen Karel Willem van Harde­veldt. De bevolking van Drimmelen en Oud-Drimmelen ging daarna gedurende 5 jaar ter kerke in Made, waaraan de eigen predikant ook was verbonden.

Op 19 december 1793, de bouw van de nieuwe kerk vorderde ge­staag, werd de afbraak van de oude kerk gegund aan Jan. P. Romme uit Wagenberg voor 305 gulden. Dit was een tegenvaller.

Men had gehoopt van de afbraak 500 gulden te verkrijgen.

Romme kreeg als voorwaarde voor de afbraak dat de buitenmuren 5 voet hoog (Wezelse maat) moesten blijven staan. Ook de oude in­gangsdeur moest, na te zijn ingekort, op de oude plaats terug ko­men. Dit alles diende om binnen de muren een begraafplaats te verkrijgen, ter vervanging van het om de kerk gelegen kerkhof. Romme moest de nieuwe begraafplaats voor 1 april 1794 opleveren, kort voordat de nieuwe kerk in gebruik genomen werd.

Begrafenisgewoonten.

Uit de oude jaarrekeningen blijkt dat in 1807 ook weer begraven werd op het oude kerkhof buiten de muren van de oude kerk. Het tarief voor het begraven op het buiten kerkhof was de helft van dat op het binnenkerkhof. In oude rekeningen is sprake van “begraven in de kerk” of “begraven op het kerkhof”.

Het buitenkerkhof werd vooral gebruikt voor het begraven van doodgeboren of jonggestorven kinderen, drenkelingen en arme mensen. Aanvankelijk lieten ook de Katholieken van Stand hazen en Oud Drimmelen hun doden hier begraven.

Tot 1802 was het gebruikelijk dat de buren van gestorven dorpelingen zelf het graf maakten en de begrafenis verzorgden. Dit gebeurde blijkbaar niet altijd even ordentelijk. Soms werd niet altijd de ter mijn voor grafrust in acht genomen.

Zo klaagde schoolmeester Dominicus Pelletier in 1802 dat men zijn vader, de in 1798 overleden schoolmeester Johan Jacob Pelletier, opgegraven had. Van enig opzet kan wel degelijk sprake geweest zijn. De familie Pelletier was Patriottisch gezind en de zalmvissers van Drimmelen waren fel Oranje gezind. Met goedvinden van de kerkmeester besloten Schout en Schepenen van Drimmelen en Stand hazen tot het aanstellen van 2 grafdelvers. Kort na 1820 nam de nieuwe schoolmeester Leendert Blankenbijl alleen de post van grafdelver over.

Overleden inwoners van Drimmelen werden per boot naar hun laatste rustplaats in Oud-Drimmelen vervoerd. In 1884 kreeg de kerk een eigen lijkschuit. Bij ijsgang kon de Breede Vaart tussen Drimmelen en Oud-Drimmelen niet bevaren worden. De buren plaatsten dan de kist met de overledene op een slee en men ging over het ijs naar Oud Drimmelen. De buren hadden de plicht om de lijkschuit, over het pad langs de vaart, te trekken. Achter de buren volgde dan de stoet met familieleden en overige inwoners. Hierbij waren alleen mannen. Vrouwen gingen vroeger niet mee naar de begraafplaats. Onder klokgelui werd dan de tocht naar Oud-Drimmelen gemaakt.

De tocht duurde een half uur. In Oud-Drimmelen werd de kist op een baar gelegd en via een bruggetje over de Breede Vaart liep men via de kerkhoflaan naar het kerkhof. Een gang van ongeveer een kwartier.

Daarna volgde de ter aarde bestelling. Meestal werd na de ter aarde bestelling het luiden van de klok gestopt. De koster had dan in de kerk van Drimmelen een uur geluid.

Bij rijkere mensen werd wel 2 of soms zelfs 3 uur geluid. Dan kwam de begrafenisstoet onder klokgelui weer terug in Drimmelen.

In 1937 werd de lijkschuit vervangen door een karretje. Dit vervoer­middel werd gebruikt tot in de jaren 50. Pas na de Ruilverkaveling werden auto’s gebruikt.

Omstreeks 1879 ontstond ruimtegebrek op het binnenkerkhof. Steeds meer mensen konden het betalen om binnen de muren begraven te worden. Hierdoor kwam de termijn van grafrust in gevaar. Als oplossing werd het zogenaamd dubbeldiep begraven ingevoerd. Op den duur bleek dit ook niet de toename van begrafenissen binnen de muren aan te kunnen. Vandaar dat het binnenkerkhof in 1895 vergroot werd tot de huidige omvang. Daarbij werd de oude ingang dichtgemetseld en vervangen door de huidige met daarin het oude omstreeks 1865 aangebrachte ijzeren hek.

In 1860 werden op het buitenkerkhof een groot deel van de verdronken passagiers van de ramp met de stoomboot “Langstraat” begraven. Vanaf 1900 werd nagenoeg geen gebruik meer gemaakt van het buitenkerkhof.

Begrafenisverhalen.

In de jaren 20 van de 20ste eeuw werden nog twee broers van de familie Hagers buiten de muren begraven. In 1924 werd Pieter N.L. Hagers en in 1925 Jan W.H. Hagers er begraven. Volgens overleve­ring had een van de broers (hij was gedeeltelijk verlamd of had vol­gens sommigen een houten been) nagedacht over de wederopstan­ding op de jongste dag. Op die dag zou er natuurlijk niemand zijn die de poort van het binnenkerkhof kwam openmaken. Hagers zou dan zelf over de muur moeten klauteren en zijn benen zouden dat beletten. Vandaar dat hij gevraagd had om rechtopstaand op het buitenkerkhof begraven te mogen worden. Dan was zijn probleem opgelost. Aan het verzoek om rechtopstaand begraven te worden, werd geen gehoor gegeven.

Buiten de muren, achter de heg, staat nog een enkele steen. Deze staat op het graf van de in 1932 overleden Cornelis Johannes de Lint, voorheen postkantoorhouder te Drimmelen. Deze man had geen problemen met de jongste dag en de wederopstanding, maar wel met de manier waarop destijds omgesprongen werd met de stoffelijke resten van geruimde graven.

Men had de gewoonte om deze resten te verzamelen in een knekel­hok buiten de kerkhofmuren. Dit nodigde de Madese schooljeugd uit om met de schedels te gaan voetballen. Daarom vroeg De Lint om op het buitenkerkhof begraven te mogen worden, omdat het er naar uitzag dat daar nooit meer geruimd zou worden. Aan zijn wens kon voldaan worden. Zijn steen staat nog steeds op het graf en ieder jaar komen nazaten nog naar het graf kijken. Jammer genoeg zijn de twee stenen van de gebroeders Hagers, die er naast stonden, in het verleden door vandalen vernield. Daarna werden ze verwijderd.

Op het binnen kerkhof bevinden zich nog enkele oude ingemetselde grafstenen o.a. van de in 1862 jonggestorven predikant Samuel Deketh met opschrift “Kinderkens het is de laatste uure”. Ook staat nog in de rechter hoek de grafsteen van de in 1923 overleden predi­kant J.B.C. Schuuring. Hij was dertig jaar predikant van Drimmelen.

Sinds enige jaren krijgen oude grafstenen van vrijgekomen graven een plaatsje rondom de oude muren van deze zo karakteristieke, nog steeds in gebruik zijnde, begraafplaats.

De Gereformeerde kerk te Drimmelen.

In de herfst van 1871 kwam een Evangelist van de “Nederlandse Vereniging van Vrienden der Waarheid” in een achterhuis of schuur in Drimmelen een evangelisatiepost stichten door er om de veertien dagen te preken en er catechisatieonderwijs te geven. Leden van de Hervormde Gemeente Drimmelen bezochten deze evangelisatie­post. Zij begonnen zich geleidelijk te ontrekken aan de kerkdiensten en andere activiteiten van de Hervormde Gemeente. Uiteindelijk werden zij de eerste Gereformeerden in Drimmelen.

Dit leidde er toe dat er in 1898 voldoende Gereformeerden in het dorp waren om over te gaan tot het huren van een eigen plaats van samenkomst. Op 25 oktober 1898, een jaar na de stichting van de Gereformeerde kerk Raamsdonk verzochten Gereformeerden uit Geertruidenberg en Drimmelen om samensmelting met Raamsdonk met de mogelijkheid om later eventueel een zelfstandige kerk te stichten. Er kwam een combinatie met de Gereformeerde kerk van Raamsdonk. Er kwam een gezamenlijke kerkenraad en een geza­menlijk financieel beheer. In deze combinatie was één gezamenlijke predikant werkzaam.

In 1904 werd het achterhuis van het pand Weitjes 13 gehuurd en ingericht tot kerk met consistoriekamer. Er werden voldoende kerk­banken geplaatst en op de galerij werd een orgel geplaatst.

De Gereformeerde gemeenschap in Drimmelen groeide gestadig en. dit leidde tot afsplitsing van de kerk van Raamsdonk.

Op 25 september 1912 werd de Gereformeerde kerk van Drimmelen zelfstandig. Wel bleef men de predikant met Raamsdonk delen. Reeds in 1917 werd de wenselijkheid besproken om een eigen kerkgebouw te hebben.

De wens van de verhuurder van het achterhuis aan de Weitjes om de ruimte terug te krijgen leidde er toe dat in 1930 aan de Batterij een kerk gebouwd werd. De eerste steen werd gelegd op 19 mei 1930 door Cornelis Leonardus Stal. Op 30 augustus van dat jaar werd de kerk plechtig in gebruik genomen.

Na de bevrijding van Drimmelen in november 1944 door Poolse strijdkrachten kwam het dorp op de frontlinie te liggen. Aan de over­kant van de rivier de Amer bevond zich het Duitse bezettingsleger. Het werd te gevaarlijk om kerkdiensten aan de Batterij te houden en men week uit naar de Nederlandse Hervormde kerk aan de Herengracht. De kerk aan de Batterij werd enige tijd gebruikt als post van de Binnenlandse Strijdkrachten. Vrijwilligers uit Drimmelen hadden hier de post “Kerkenhoek”.

Na de watersnoodramp van 1953 kwam er achter de kerk een hoge dijk te liggen. Deze dijk scheidde het dorp van het havengebied. Gedurende de restauratie van de Nederlandse Hervormde kerk aan de Herengracht 1964-1966 weken de Hervormden uit naar het Gereformeerde kerkgebouw voor hun erediensten.

Door afname van het aantal Gereformeerden in Drimmelen kwam de zelfstandigheid in gevaar. Uiteindelijk werd per 1 januari 1973 de Gereformeerde kerk van Drimmelen gevoegd bij de kerk van Raamsdonk. Ook het kerkgebouw werd overgedragen. In 1978 werd

Sinds de komst van ds. Johan Schneider werden de contacten met de Hervormden intensiever. Er kwamen geleidelijk aan steeds meer

gezamenlijke diensten.                .

Het Gereformeerde kerkgebouw aan de Batterij werd na de laatste dienst op 20 augustus 1995, geleid door Mw. Ds. Janneke Nijboer, verkocht en verbouwd tot woonhuis. Sinds die tijd worden alle dien­sten in de Protestantse Kerk aan de Herengracht (vroeger alleen Nederlandse Hervormde kerk) gehouden.